Vier pijlers

Als je loslaat, heb je twee handen vrij

De NOVO-opleiding is inhoudelijk gebaseerd op vier pijlers.

De eerste pijler is afgeleid van het door Per Dalin ontwikkelde Institutional Development Program (IDP). Uitgangspunt is het systematisch doorlopen van een aantal fasen in een organisatieontwikkelingsproces. Bij elke fase hoort een specifiek repertoire van rollen en interventies voor de procesbegeleider, die tijdens de seminars worden belicht en getraind. Elke fase kent ook fasespecifieke weerstanden die onderkend kunnen worden en waarmee op adequate wijze moet kunnen worden omgegaan. Binnen het IDP-concept zijn kwaliteitszorg en evaluatie tijdens elke fase aan de orde.

De tweede pijler van de opleiding wordt gevormd door de kenmerken van de lerende organisatie, zoals Peter Senge die heeft beschreven in zijn boek ‘De vijfde discipline’. Het ‘systeemdenken’, als vijfde en bindende discipline en de daarvoor ontwikkelde methoden en instrumenten komen tijdens de opleiding uitgebreid aan de orde. Ook de andere vier genoemde disciplines: persoonlijk meesterschap, gemeenschappelijke visieontwikkeling, mentale modellen en teamleren vormen tijdens de opleiding kernbegrippen.

De derde pijler betreft de inzichten van Edgar Schein om meer zicht te krijgen op de vaardigheden en attitude van een procesconsultant.

De vierde pijler wordt gevormd door projectmatig creëren. Veel scholen werken met projecten en projectleiders. In de NOVO-opleiding wordt het projectmatig werken gecombineerd met procesbegeleiding van de verandering die vaak moet plaatsvinden als het project gereed is.